Vergane gloriën

Nostalgie loopt zowat als een rode draad door mijn nog prille leven. Toch kan ik reeds met enige fierheid melden dat ik ondertussen ‘geen driemaal zeven’ meer ben en dus al heel wat nostalgische momenten heb opgedaan. Die momenten speelden zich deels in scoutskringen (kampen, weekends…) af, anderen op sportief vlak (vooral op voetbalgebied).

Bij dat laatste denk ik niet enkel terug aan de schitterende momenten op persoonlijk voetbalvlak, maar ook als supporter van het Belgisch voetbal. Het deed me dan ook bij wijlen pijn om enkele clubs met traditie verloren te zien gaan. Als het aan komt op ploegen met enige traditie denk ik spontaan terug aan de ploegen uit het Luikse Seraing en RFC de Liège. Die laatste ploeg wist de schade uiteindelijk te beperken tot een terugzetting naar de derde afdeling. Hiervoor zorgden een financieel wanbeleid en een irreguliere fusie met RFC Tilleur – Saint Nicolas, nadat de Luikenaren hun stadion Rocourt dienden te verlaten en Tilleur als thuisbasis wilden. De club promoveerde direct naar tweede klasse, maar financiële problemen bleven RFCL teisteren en na een sportieve degradatie moesten ze zelfs een reeks lager het nieuwe seizoen aanvatten in vierde. Ondertussen vertoeft Club Luik opnieuw in de tweede afdeling, waar ze helemaal onderaan bengelen en een nieuwe degradatie wenkt!

Erger verging het Seraing, in 1904 opgericht als RFC Sérésien en het stamnummer 17 toebedeeld. In 1996, een seizoen nadat FC de Liège uit eerste klasse verdween, hield die andere Luikse club op te bestaan. Sérésien, in ’94 veranderd in RFC Seraing, schipperde het grootste deel van zijn bestaan tussen tweede en vierde nationale, maar tussen ’82 en ’87 en van ’93 tot de teloorgang in ’96 kwam de club uit in de hoogste afdeling. In die laatste episode dwong Seraing zelfs Europees voetbal af, maar het avontuur strandde reeds in de eerste ronde tegen Dinamo Moskou, direct het absolute hoogtepunt uit de clubgeschiedenis. Na het faillissement werden ze opgeslorpt door Standard Luik, waardoor ook talentvolle spelers als Wamberto en Edmilson de grootste ploeg uit Luik vervoegden.

Daarom volgend nummer:

In het seizoen 2005-2006 zag de ploeg uit Seraing opnieuw het levenslicht. De clubkleuren, rood en zwart, werden behouden en de bestuurders beslisten om de naam van vroeger aan te meten: FC Sérésien. De Luikenaars komen heden ten dage uit in vierde nationale (ofte bevordering) D. Na 23 van de 30 speeldagen bekleden de rood-zwarten de tweede stek op drie punten van leider Bertrix, dat echter nog een wedstrijd tegoed heeft. De meest in het oog springende namen in de selectie van trainer Alain Bettagno zijn ongetwijfeld Roberto Bisconti en Dimitri Habran.

Wie weet komen beide vergane gloriën volgend seizoen tegen elkaar uit, maar dan zal Sérésien hier de grootste inspanning voor moeten doen, want FC Luik staat reeds met een half been in derde klasse. We kijken met z’n allen uit!