Tijdreis

De degout van het creatief schrijven heeft nog iets ruimere proporties aangenomen. De degout richt zich misschien niet zo zeer tot het vak zelf, maar eerder tot de docente die er telkens weer in slaagt de moraal van de studenten op een onnavolgbare manier te kelderen. Dan ben je als student al eens tevreden dat je vooruitgang boekt en de clichés achterwege weet te laten, dan vindt ze toch weer een ander punt om op door te drammen. En hoe ze die vindt, vind ik wel behoorlijk bewonderenswaardig, maar evenzeer zielig. Me dunkt heeft ze een aangeboren afkeer voor bijvoeglijke naamwoorden (naast die coor clichés). Het kan echter aangeleerd zijn doorheen de jaren, ik weet het niet en ik wil het ook niet weten. In de episode van deze week had ik het in een bepaalde zin over verbrande rubber. Bleek dat toch niet goed, zeker?! Ik moest het bijvoeglijk naamwoord ‘verbrande’ weglaten en in het in mijn eigen woorden beschrijven… Dat is nu toch wel je reinste onzin en ik kon haar ter plekke villen op dat eigenste ogenblik toen ze me daar schromelijk op mijn plaats zette (of zo voelde het toch aan). Het tevreden gevoel dat ik had voor ze langs kwam ter controle was ineens in de verste verte niet meer te bespeuren. Het positieve aan de zaak is dat er maar 3 lessen meer op het programma staan, wat wil zeggen dat deze lessenreeks al halfweg is. Nu maar hopen dat dit geen bissertje wordt, maar de gedachte dat ik er na januari vanaf kan zijn, sterkt me in mijn queeste naar een 10+.

Genoeg gejammer en gefrustreer, tijd voor een positieve noot. Dit lijkt me nog eens de week van de feestjes te zijn en daar moet van genoten worden, met volle teugen zelfs. De overgang van 10 naar 11 november is naar jaarlijkse traditie een certitude als het op feesten aankomt. Een spel in Gent zet altijd de toon om ons later op de avond nog richting overpoort te begeven. Maar die traditie heeft de afgelopen twee jaar een nieuwe wending gekregen met een kotfeestje in de Rozier. Vorig jaar werd ik daar nog geheel onterecht buiten gezet, maar dat belette me niet om er terug te keren. Dit jaar kon ik het uitzingen tot het einde (lees: tot het bier op was). Daarna kon de trip richting Overpoort worden ingezet, maar hoofd- en oorpijn gooide voor mij enigzins roet in het eten. Vandaag (vrijdag) ben ik terug mens en staat feest nummer 2 op het programma: 80′s party. Het belooft een nostalgisch feest te worden met alle beste platen uit – hoe kan het ook anders – de jaren ’80. Veel platen uit dat decennium waren een inspiratiebron voor de hedendaagse bands. Welke dat zijn is voor jullie om uit te vissen. Hopelijk geraken we zaterdag vlug gerecupereerd van die party, want des avonds trekken we dan met z’n allen richting de loods van optimaT voor de stubrufuif  (Was het nu 80, 90 of 2000?) om enigzins in de sfeer van de eighties te blijven. Kortom: het weekend belooft een muzikale tijdreis te worden doorheen de laatste 3 decennia popmuziek.

Afsluiten doen we traditiegetrouw met een lied. Dit nummer is één van de platen van het moment en wordt vaak op tmf gedraaid. Enjoy!

Vergane gloriën

Nostalgie loopt zowat als een rode draad door mijn nog prille leven. Toch kan ik reeds met enige fierheid melden dat ik ondertussen ‘geen driemaal zeven’ meer ben en dus al heel wat nostalgische momenten heb opgedaan. Die momenten speelden zich deels in scoutskringen (kampen, weekends…) af, anderen op sportief vlak (vooral op voetbalgebied).

Bij dat laatste denk ik niet enkel terug aan de schitterende momenten op persoonlijk voetbalvlak, maar ook als supporter van het Belgisch voetbal. Het deed me dan ook bij wijlen pijn om enkele clubs met traditie verloren te zien gaan. Als het aan komt op ploegen met enige traditie denk ik spontaan terug aan de ploegen uit het Luikse Seraing en RFC de Liège. Die laatste ploeg wist de schade uiteindelijk te beperken tot een terugzetting naar de derde afdeling. Hiervoor zorgden een financieel wanbeleid en een irreguliere fusie met RFC Tilleur – Saint Nicolas, nadat de Luikenaren hun stadion Rocourt dienden te verlaten en Tilleur als thuisbasis wilden. De club promoveerde direct naar tweede klasse, maar financiële problemen bleven RFCL teisteren en na een sportieve degradatie moesten ze zelfs een reeks lager het nieuwe seizoen aanvatten in vierde. Ondertussen vertoeft Club Luik opnieuw in de tweede afdeling, waar ze helemaal onderaan bengelen en een nieuwe degradatie wenkt!

Erger verging het Seraing, in 1904 opgericht als RFC Sérésien en het stamnummer 17 toebedeeld. In 1996, een seizoen nadat FC de Liège uit eerste klasse verdween, hield die andere Luikse club op te bestaan. Sérésien, in ’94 veranderd in RFC Seraing, schipperde het grootste deel van zijn bestaan tussen tweede en vierde nationale, maar tussen ’82 en ’87 en van ’93 tot de teloorgang in ’96 kwam de club uit in de hoogste afdeling. In die laatste episode dwong Seraing zelfs Europees voetbal af, maar het avontuur strandde reeds in de eerste ronde tegen Dinamo Moskou, direct het absolute hoogtepunt uit de clubgeschiedenis. Na het faillissement werden ze opgeslorpt door Standard Luik, waardoor ook talentvolle spelers als Wamberto en Edmilson de grootste ploeg uit Luik vervoegden.

Daarom volgend nummer:

In het seizoen 2005-2006 zag de ploeg uit Seraing opnieuw het levenslicht. De clubkleuren, rood en zwart, werden behouden en de bestuurders beslisten om de naam van vroeger aan te meten: FC Sérésien. De Luikenaars komen heden ten dage uit in vierde nationale (ofte bevordering) D. Na 23 van de 30 speeldagen bekleden de rood-zwarten de tweede stek op drie punten van leider Bertrix, dat echter nog een wedstrijd tegoed heeft. De meest in het oog springende namen in de selectie van trainer Alain Bettagno zijn ongetwijfeld Roberto Bisconti en Dimitri Habran.

Wie weet komen beide vergane gloriën volgend seizoen tegen elkaar uit, maar dan zal Sérésien hier de grootste inspanning voor moeten doen, want FC Luik staat reeds met een half been in derde klasse. We kijken met z’n allen uit!