Den Druivelaar en een boom hebben twee dingen met elkaar gemeen: in de herfst verliezen ze hun bladeren (al doet den Druivelaar dat het hele jaar door) en beide vallen ze te catalogeren onder de noemer ‘boom’. Nu, om het terug over die eerstgenoemde te hebben: die zijn oktoberblaadjes zijn bijna allemaal gevallen. Dat duidt erop dat de herfstvakantie daar gauw is en het tijd wordt om chrysanten te kopen. Die aanstormende vakantieperiode – ofte lesluwe week zoals dat zo mooi vertaald wordt naar het lexicon der hogeschoolstudenten – zorgt ook voor een keerpunt in het eerste semester van het hoger onderwijs. Normaliter is dat de periode waarin menig studenten al in een ver gevorderd stadium verstrengeld zitten met hun cursussen. Bij mij is dit echter nog niet het geval om 2 redenen. Ten eerste heb ik veel minder theoretische vakken dan in het eerste academiejaar. Dat brengt dan weer met zich mee dat ik meer interviewtaken heb. Een logische evolutie naar het einde van de opleiding toe.
De tweede schijf (een creatieve benaming voor tweede jaar in het hoger onderwijs) is ondertussen goed een maand ver en totnogtoe bevalt het me. Verplichte nummers als sociologie en psychologie mochten plaatsruimen voor specifiekere vakken als mediumgerelateerde technieken krant en creatief schrijven. Aan dat creatief schrijven heb ik ondertussen al een broertje dood. Na twee lessen heb ik het er echter al mee gezien. Het vak heeft mijns inziens namelijk evenveel zin voor een beginnend journalist als een bot mes voor een beginnend slager: je kan er namelijk bitter weinig mee aanvangen. Ja, zelfs deze geponneerde vergelijking houdt weinig steek. Zo zinloos acht ik het. Ik heb het gevoel dat ik daar in nuchtere toestand weinig te zoeken heb. Daar het een verplichte les is, ben ik wel genoodzaakt mijn persoon daarheen te begeven. Mijn afkeer voor het vak houdt misschien rechtstreeks verband met mijn voorliefde voor clichés. Ik waan me vaak als een lid van het ITCH (Interventie Team Cliché Handhaving voor diegenen die de afgelopen vier jaar niet op deze aardbol toefden en dus Neveneffecten hebben gemist) om clichés in stand te houden. Net daar botst mijn visie dus met die van de docente Creatief Schrijven. Als dat nog niet genoeg is, ontbreekt het me vaak aan de nodige dosis inlevingsvermogen. Men wil namelijk dat men zich in het thema inleeft waarover dient te worden geschreven. Het eerste onderwerp op ons bord was ‘rood’. We kregen als tip mee: ‘Wees de tomaat’. Hallo, (leeft zich in Bert Visscher in en maakt de nodige gebaren) hoe moet dat in nuchtere toestand klaargespeeld worden? Ik wil niet als wacko aanzien worden en probeer dus mijn eer wat recht te houden. Om niet aan dat hippygedoe ten prooi te vallen weiger ik ostentatief de clichés achterwege te laten. Toch mag ik niet te veel tegen de schenen stampen en dus luister ik zoals het een goede journalist in wording betaamt naar de bemerkingen die me worden toegespeeld. Ach, genoeg gezwanst. Laat ons duimen dat er in januari minstens een 10 op de tussentijdse bulletin staat.
Om dan toch maar weer onnodig in clichés te vervallen: Na inspanning volgt ontspanning! Die ontspanning zal ongetwijfeld in die lesluwe week volgen, te beginnen met Bal Marginal. De fuif die al geruime tijd met stip staat aangeduid in menig Lichterveldse agenda’s is terug van weggeweest. Het lange hunkeren wordt eindelijk beloond. Drie jaar kon worden gezocht naar een geschikte outfit om te trachten het marginaalst uit de hoek te komen. Jaarlijks poog ik mee te dingen naar de titel van Prins Marginal. Ik ben ook steeds overtuigd van mijn creaties, maar toch lopen er blijkbaar nog marginalere typen rond in de gemeente van Ria Beeussaert-Pattyn. Ditmaal heb ik het gevoel dat mijn outfit compleet is. Ja zelfs het haar krijgt een marginale work-out. Als dat niet belooft. Nog 31 uur en de deuren stellen zich open!
Afsluiten doen we in goede gewoonte met een lied. Ter voorbereiding op Bal Marginal houden we het ietwat carnavalesk.